Achtergrond

Rond mijn 15e had ik last van een fobie. Emetofobie. Overgeefangst. De angst was zo groot dat het mijn hele leven beheerste. Eten was vaak een crime want alles was een potentieel gevaar. Bijna dagelijks had ik paniekaanvallen of dwanghandelingen en was ik bezig om mezelf weer rustig te krijgen. Iets ondernemen was bijna niet te doen. Ik was vooral bezig met mensen/ voorwerpen/ voedsel te ‘scannen’ op mogelijk gevaar en berekeningen te maken wanneer ‘de buikgriep’ mij te pakken zou kunnen krijgen.

Niemand wist hier van. Ik schaamde me er voor en dacht dat als ik harder m’n best zou doen, het vanzelf wel weer over zou gaan.

Op m’n 17e werd de stress uiteindelijk te veel. Ik besloot er toch over te vertellen en hulp te zoeken bij een Maatschappelijk werkster. Ik had destijds nog de overtuiging dat alle hulpverleners goede hulpverleners waren en zij me daadwerkelijk hielp. Pas 22 jaar later besefte ik dat ze me vooral geleerd had mijn fobie en dwanghandelingen te accepteren in plaats van me er daadwerkelijk van af te helpen.

Ik ronde mijn studie af, begon een nieuwe, ging verhuizen, kreeg een relatie, ging samenwonen, werken en kreeg drie kinderen. Hoewel niemand wist dat ik nog steeds dagelijks last had van die fobie, werd die na verloop van tijd alleen maar erger. 

Toen ik in 2014 door vriendinnen uitgenodigd werd voor een barbecue, schoot ik zo in paniek dat voor mij de maat vol was. Ik kon niet meer. De fobie was zo overheersend dat bijna elke dag een gevecht met mezelf was. Ik had geen idee hoe ik die barbecue moest gaan doen. Ik besloot dat ik zo niet verder kon en liet me door de huisarts doorverwijzen naar een psychotherapeut. 4 maanden wachttijd. Maar na zo lang rondlopen met een fobie, dacht ik dat die 4 maanden wel te doen zouden zijn.

In diezelfde periode ging het met onze oudste zoon helemaal niet goed. Al vanaf groep 1 had hij moeite met naar school gaan. Al heel vaak had ik aangegeven dat ik me zorgen maakte en dat ik zelfs twijfelde of hij misschien een vorm van Autisme had. Het werd door niemand anders gezien. Ik begon daardoor nog meer aan mezelf te twijfelen: ‘wat ben ik een slechte moeder zeg, dat ik zo iets ergs van mijn kind denk, terwijl er niks aan de hand is!’ De problemen bleven en werden steeds groter. Onze zoon werd letterlijk ziek als hij naar school moest. Toen hij in groep 5 zat, besloten we met onze vuist op tafel te slaan en te ‘eisen’ dat hij onderzocht zou worden. Uiteindelijk kwam daar een diagnose in het Autistisch spectrum uit. Erg verdrietig dat ik al die tijd dus gelijk had gehad en hij dus niet de juiste hulp had gekregen. Maar ook opgelucht: nu wisten we wat er was, het zou vast snel beter gaan!

Was dat maar waar….

Om de juiste hulp te krijgen, melden we ons aan bij een GGZ instelling. Wachttijd 4 maanden. In die 4 maanden viel ook de zomervakantie. Het eind van de zomervakantie was vaak één van de moeilijkste periodes vanwege de overgang van ‘vakantie‘ naar ‘weer naar school’. We besloten daarom zelf een particulier pedagogisch adviesbureau in te schakelen om te helpen de overgang makkelijker te laten verlopen. Zij hoorden meteen hoe nijpend de situatie was en gaven heel fijn en praktisch advies. Het leek ook echt te helpen. Na de vakantie konden we terecht bij de GGZ instelling en stopte de hulp van het advies bureau. Erg jammer. Al snel na de start van school zagen we onze zoon elke dag verder afglijden.

In de week dat mijn therapie begon lukte het me niet meer om onze zoon naar school te krijgen. Ik was kapot. Hem naar school brengen voelde eerder als mishandeling dan als ‘goede opvoeding.’ We vroegen de GGZ instelling wat we moesten doen. Zij hieven hun armen vragend omhoog: “houd hem maar thuis, want wij weten het ook even niet.”

Al vanaf de eerste therapiesessie was het mijn therapeut duidelijk dat ik niet alleen een fobie had, maar ook een burn-out en ik op het punt stond helemaal af te knappen. Ik was er zo slecht aan toe dat hij de intake aan de kant schoof en meteen bezig ging met EHBO-en. Alles om te proberen te zorgen dat ik mijn hoofd boven water kon houden. En zo zat ik dus met een burn-out op mijn werk (ik was al jaren huismoeder), met een overspannen zoon. Dat is op zijn zachtst gezegd geen fijne combinatie. Mijn schuldgevoel was enorm omdat ik hem helemaal niet kon geven wat hij nodig had.

We besloten onze middelste zoon ook te laten testen. Ook bij hem zag ik kenmerken van autisme en ook hij had steeds meer moeite met de onduidelijkheden en drukte op school. Ook hij werd er lichamelijk ziek van. Ik wilde er op tijd bij zijn. Ook onze middelste zoon werd gediagnostiseerd met een vorm van Autisme.

Er volgende talloze gesprekken met hulpverleners en instanties. Soms met 12 ‘deskundigen’ tegelijk. Helaas kwamen we er achter dat er ook heel veel hulpverleners bestaan die je eerder afbreken dan helpen en dat instanties vaak werken vanuit visies en protocollen in plaats van naar het kind en de omstandigheden te kijken. Er werd steeds geroepen: “hij moet weer naar school.” Op onze vraag: “hoe dan??” bleef het antwoord steeds uit. Mijn antwoord op wat ik dacht dat er nodig was werd soms lachend aan de kant geschoven. Ik voelde me lang niet serieus genomen. Omdat de GGZ instantie niet bleek te kunnen bieden wat we nodig hadden, besloten we de samenwerking met hun stop te zetten.

Al die gesprekken en al dat geregel met die instanties… ik deed het allemaal terwijl ik het eigenlijk niet kon. Mijn lichaam weigerde, mijn hoofd blokkeerde en de fobie was alleen maar toegenomen. Ik voelde me een labiel wrak. De therapie ging ondertussen zo goed en zo kwaad als het kon door. Het was vaker stutten en overeind zien te houden, dan daadwerkelijk therapie. De thuissituatie was veel te onrustig.

Ik schreef een spoedmail naar een gespecialiseerde GGZ instantie. Mijn laatste hoop. Deze instelling was volledig gericht op autisme. En niet alleen ‘de cliënt’, maar het hele gezin wordt meegenomen in de behandeling. Wachttijd: 8 maanden. Gelukkig lazen ze de noodroep en konden we eerder terecht. Ook zagen ze de ernst van de situatie meteen en ze startten al snel de huisbezoeken. Het was een verademing! EINDELIJK werd er geluisterd naar wat we vertelden. EINDELIJK was er iemand die keek naar onze zoon en ook zij zagen dat hij helemaal niet naar school kon. Er startte een intensief traject met wekelijks begeleiding. Niet alleen voor onze zoon, maar ook voor ons als ouders.

Alles bij elkaar, mijn eigen problemen, de problemen in het gezin, en alles wat nodig was om het weer ‘op de rail’ te krijgen, was zo zwaar dat ik vaak niet wist hoe ik het voor elkaar moest krijgen en vol moest blijven houden. Steeds dacht ik me ergens aan vast te kunnen grijpen, maar bleek het toch weer niet zo te zijn en gleed ik weer weg. Ik stuitte ook regelmatig op onbegrip vanuit de omgeving. Ik denk dat alleen mensen die zelf een burn-out hebben gehad weten dat, hoe graag je ook wil en hoe hard je ook probeert, je echt niks meer kan omdat je lichaam gewoon stopt.

Gelukkig vonden we een plek voor onze zoon op een zorgboerderij. Het bleek een gouden plek. Niet alleen ging hij er met plezier en zonder problemen naar toe, ook zij keken naar wat HIJ nodig had. EN: ze werkten met hem aan de basisvoorwaarden om uiteindelijk een stap richting school weer te kunnen maken. Wat een verademing! Dat wat ik al die tijd al riep, werd nu eindelijk gedaan. Maandelijks waren er gesprekken met een heel team om te bespreken hoe het ging en wat voor stappen er gezet konden worden. Nu stonden alle neuzen wel dezelfde kant op en werden we eindelijk serieus genomen!

Door de therapie en alles wat er in ons gezin gebeurde, werd me steeds duidelijker dat de relatie waar ik in zat geen gezonde relatie was. Uiteindelijk bleef er maar één optie over: ik moet hier weg! Dat bleek helaas makkelijker gezegd dan gedaan. De scheiding liep uit in een vechtscheiding.

Ik verhuisde naar een krakkemikkig huis waar ik tijdelijk met de kinderen terecht kon en probeerde zo goed en zo kwaad als het ging me los te maken uit de relatie en een eigen leven op te bouwen. Dat viel niet mee omdat ik nog niet had kunnen herstellen van mijn burn-out en er ook nog steeds een intensief traject rondom onze oudste zoon liep. Op de zorgboerderij was hij steeds meer opgebloeid. Na 2,5 jaar geen onderwijs leek hij steeds meer klaar voor de eerste stappen richting een school. Door de angst die hij door (en voor) school opgelopen had, werd het stap voor stap opgebouwd. Tot ieders verbazing pakte hij dit zo goed op, dat uren langzaam opgebouwd konden worden naar hele dagen. En hij uiteindelijk zelfs mee deed met het fietsexamen, toetsen, schoolvoetbal-toernooi en zelfs meeging op schoolkamp. Vastgelopen begin groep 6, maar nu maakte hij ‘vanuit het niets’ groep 8 af.

Al die tijd ging mijn therapie nog steeds door. Niet alleen werd gekeken naar mijn huidige situatie, ook mijn verleden werd doorgespit en er werden pogingen gedaan EMDR op te pakken. Regelmatig werd de therapie op een lager pitje gezet omdat het niet te combineren viel met alles wat de thuissituatie van me vroeg. Ik kreeg allerlei lichamelijke klachten en uiteindelijk de diagnose Complexe Post Traumatische Stress Stoornis (PTSS).

Nadat de scheiding eindelijk afgerond was, lukte het me op de valreep een andere woning te vinden. Een ECHTE woning! Maar dus ook: WEER een verhuizing. De 2e in 9 maanden tijd. Vraag me niet hoe, maar het is gelukt.

Door de rust die er ontstond, kwam de onrust in mezelf steeds meer naar voren. Onrust door de jarenlange zoektocht waarin niets meer leek te zijn zoals ik het altijd had gezien. Ik had al langer last van knipperende ogen en een soort epileptische aanvallen. Die werden verklaard als een gevolg van de PTSS. Omdat de klachten zo verergerden, werd ik doorverwezen naar een neuroloog. Spannende weken en een scala aan onderzoeken volgden. Met uiteindelijk de conclusie dat er geen lichamelijke oorzaken voor mijn klachten te vinden waren. En daarmee werd de conversiestoornis bevestigd. Bij een conversiestoornis schakelen je hersenen je lichaam vanzelf uit bij een te veel aan angst/ spanning/ stress. ‘Mezelf vinden’ bleef een zoektocht. Net als het balans zien te krijgen, de PTSS en conversiestoornis onder controle krijgen en uitzoeken wat het leven mij eigenlijk nog te bieden heeft.

En zo’n beetje hier eindigt het boek Op weg naar mezelf ‘Zijn’. Ik ben nog steeds in proces. Ook nog steeds in therapie, vooral gericht op trauma verwerking.  Het maken van dit boek is ook therapie voor me geweest en heeft me erg geholpen. Alles wat er in staat is geweest. Dit boek kan ik gaan sluiten. Ik heb de vrijheid een leven te creëren wat bij me past. Hopelijk komt er een vervolg op Op weg naar mezelf ‘Zijn‘, een vervolg vol met vrolijke werken en mooie toekomstdromen. Het uitkomen van dit boek is er al één van.

Hette

Wil je het boek Op weg naar mezelf ‘Zijn’ bestellen? Ga dan naar https://www.boekenbent.com/shop/product_info.php?products_id=1176